C 0 M P E T I T I E - R E G L E M E N T
van de
B E R G E R B R I D G E C L U B
Bevattende bepalingen ten aanzien van de organisatie
van wedstrijden.
HOOFDSTUK I : ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK II : ORGANISATIE VAN DE WEDSTRIJDEN
HOOFDSTUK III : PROMOTIE-/DEGRADATIEREGELING
HOOFDSTUK IV : TOEKENNING PERCENTAGESCORES
HOOFDSTUK V : ORDEBEPALINGEN
HOOFDSTUK VI : PROTESTEN EN VERDER BEROEP
HOOFDSTUK VII : SLOTBEPALINGEN
HOOFDSTUK I : ALGEMENE BEPALINGEN.
artikel 1
De technische commissie, hierna te noemen de 'T.C.' als
bedoeld in artikel 22 van het Huishoudelijk Reglement houdt tenminste éénmaal
per jaar een vergadering.
artikel 2
Het is o.m. de taak van de T.C.:
a. het werk van de wedstrijdleider, hierna te noemen de 'W.L.',
te steunen.
b. al of niet gevraagd advies uit te brengen aan het Bestuur
over alle zaken, die verband houden met de wedstrijden.
artikel 3
De adviezen van de T.C. mogen nimmer ingaan tegen de
bepalingen in de reglementen van de Nederlandse Bridge Bond.
artikel 4
Bij onregelmatigheden of handelingen, die in strijd zijn met
of die niet voorzien zijn in het wedstrijdreglement en/of de spelregels van de
N.B.B. beslist de wedstrijdleider. Hij kan een arbitrale score toekennen.
artikel 5
De eindverantwoordelijkheid van alle handelingen van T.C. en
W.L. ligt bij het bestuur.
HOOFDSTUK II : ORGANISATIE VAN DE WEDSTRIJDEN.
artikel 6
De aanmelding van paren geschiedt door schriftelijke opgave
bij de voorzitter van de T.C. voor een door het bestuur te bepalen datum. Deze
opgave bevat van elke speler:
a. naam en adres (met postcode)
b. geboortedatum
c. telefoonnummer
d. naam partner (indien bekend)
e. speelavond(en)
f. eventuele deelname districtsviertallen
artikel 7
Paren die zich voor een competitie hebben aangemeld, zijn
verplicht voor alle deze competitie vastgestelde wedstrijden te spelen.
artikel 8
De T.C. stelt een wedstrijdprogramma samen. Na overleg tussen
wedstrijdleiding en Bestuur wordt het al of niet gewijzigde programma aan de
ledenvergadering ter goedkeuring voorgelegd. Het programma kan alle door de N.B.B.
toegestane wedstrijdvormen bevatten.
artikel 9
Een competitieperiode bestaat uit zittingen; een zitting
bestaat uit ronden; een ronde bestaat uit twee of meer spellen.
artikel 10
De indeling geschiedt per competitieperiode naar sterkte en
rekening houdende met de laatst gerealiseerde eindstand. Indien de TC hiervan
wil afwijken, doet zij ter zake tijdig een voorstel aan het bestuur.
artikel 11
Indien een speler gedurende twee volledige competitieperioden
niet in staat blijkt met een andere speler een vast paar te vormen, wordt
eerstgenoemde speler niet meer in het competitieverband opgenomen.
artikel 12
Indien twee spelers, die geen vast paar vormen, in een
competitieperiode minstens 50% van het aantal handen samen spelen en dit
spelverband in de volgende competitie periode(s) voortzetten, worden zij voor
toepassing van dit reglement tijdelijk aangemerkt als een vast paar voor die
competitieperiode(s).
artikel 13
Indien een speler, als bedoeld in de artikelen 12 en 13,
alsnog met een andere speler een vast paar vormt, moet dit nieuwe paar genoegen
nemen met elke plaatsing, die geen nadelige gevolgen mag hebben voor andere
paren. Zij spelen als regel in die lijn, waaruit beide spelers komen. Komt een
der spelers uit een lagere lijn, dan zullen zij als regel in deze lagere lijn
spelen. Artikel 15 de tweede alinea kan van toepassing zijn.
artikel 14
Paren, die in de loop van het seizoen toetreden, worden
ingedeeld één lijn lager dan de vermoedelijke speelsterkte van deze paren.
Op het advies van de wedstrijdleider (T.C.) kan het bestuur
besluiten van deze regel af te wijken.
artikel 15
Paren die zich in de loop van een competitieperiode als lid
aanmelden hebben recht op een gemiddelde score van 50% over de reeds gespeelde
zittingen, met een maximum van 2 zittingen.
Zij komen slechts in aanmerking voor promotie en/of
meesterpunten indien zij minimaal de competitieperiode minus 2 avonden aanwezig
waren.
artikel 16
Indien een paar op een speelavond verhinderd is, heeft men de
plicht de wedstrijdleiding hiervan zo spoedig mogelijk mededeling te doen.
Behoudens calamiteiten en/of plotselinge ziekte.
artikel 17
In de volgende gevallen wordt een score van 35% toegekend:
a. als het afbericht niet of niet tijdig is gegeven;
b. als men weg gaat of weg blijft omdat men het niet eens is
met de beslissing van de wedstrijdleiding zoals genoemd in artikel 21.
artikel 18
Indien een speler van een vast paar verhinderd is aan een
wedstrijd in competitieverband deel te nemen, is de overblijvende speler
gerechtigd met een invaller, geen lid van de vereniging zijnde, uit te komen, na
toestemming van de wedstrijdleiding. Deze toestemming kan geweigerd worden. Als
uitgangspunt daarbij geldt, dat er geen twee lijnen verschil in sterkte mag
zijn. Bij twijfel wordt overleg met de wedstrijdleider gevoerd. Deze kan de de
maximale. score (vooraf) op 50% bepalen.
artikel 19
Indien een speler verhinderd is, zorgt deze in principe zelf
voor een invaller. Dit moet aan het begin van een speelavond aan de
wedstrijdleider worden medegedeeld.
Indien men niet zelf voor een invaller kan zorgen, moet dit
tevoren aan de wedstrijdleiding worden medegedeeld. De W.L. zal trachten een
invaller te vinden. Tegen de keuze van de wedstrijdleiding is geen beroep
mogelijk.
Afhankelijk van de afmeldingen en de opkomst kan de W.L.
besluiten om een paar in een naast hogere of -lagere lijn te plaatsen gedurende
een speelavond.
Tegen zo'n besluit is geen beroep mogelijk.
artikel 20
Indien een paar te laat komt, ontvangt dat paar voor elk niet
gespeeld spel een score van: a. 40% indien men door eigen schuld te laat is
gekomen;
b. 50% indien men door overmacht te laat is gekomen.
Elk tegenpaar krijgt voor elk niet gespeeld spel de
garantiescore van 60%.
artikel 21
Er wordt op tijd gespeeld. 5 minuten voor het einde van een
ronde mag men niet meer aan een nieuw spel beginnen, behoudens toestemming van
de wedstrijdleider. Bij overschrijding van de vastgestelde speeltijd kan de
wedstrijdleider een straf opleggen
Als de tijdsoverschrijding tot gevolg heeft, dat er één of
meer spellen niet kunnen worden gespeeld, geeft de arbiter een arbitrale score.
Indien de tijdsoverschrijding het gevolg is van arbitrage in
die ronde dan wordt op het betreffende spel aan beide paren een arbitrale score
gegeven van 50% (tenzij reeds een andere score is toegekend). Het paar waarvan
de arbiter deel uitmaakt, alsmede het tegenpaar krijgt de garantiescore van 60%.
artikel 22
De tweede speelperiode geldt als selectiecriterium voor
afvaardiging naar de districtsparenwedstrijden. Zolang deze regeling bij het
district van kracht blijft.
In bijzondere gevallen kan het Bestuur hiervan afwijken.
HOOFDSTUK III : PROMOTIE- EN DEGRADATIEREGELING.
artikel 23
Aan het einde van elke competitieronde wordt een eindstand
opgemaakt.
De TC bepaalt op de eerste van een serie speelavonden hoeveel
paren promoveren naar de naast hogere lijn en hoeveel er degraderen naar de
naast lagere lijn.
artikel 24
Van een paar, dat in een bepaalde periode niet meer dan de
helft van het aantal speelavonden in de originele opstelling heeft gespeeld,
vervalt in die periode het recht op promotie en promoveert het volgende paar.
artikel 25
Delen twee of meer paren een promotieplaats, dan promoveert
het paar, dat de meeste wedstrijden volledig is opgekomen.
Delen twee of meer paren een degradatieplaats, dan degradeert
het paar, dat de minste wedstrijden volledig is opgekomen. In alle andere
gevallen beslist het lot.
artikel 26
De T.C. kan aan het Bestuur voorstellen de degradatie van een
paar, in geval van bijzondere omstandigheden, op te heffen. Tevens kan de TC
versterkte promotie resp. degradatie voorstellen. Het Bestuur beslist en deelt
deze beslissing aan de leden mede.
artikel 27
Iedere speelavond kent een clubkampioen.
Voor het clubkampioenschap komt in aanmerking het paar van de A-lijn, dat over
alle competitieperioden in een seizoen de hoogste totaalscore heeft behaald.
Wanneer een paar een periode in de B-lijn heeft gespeeld, wordt voor de periode
een score toegekend van 50% per speelavond.
HOOFDSTUK IV : TOEKENNING PERCENTAGESCORES.
artikel 28
Aan een paar, dat door de TC wordt aangewezen om in een
hogere lijn te spelen, wordt het werkelijk behaalde percentage toegekend met een
voorlopig minimum van 50%. Het definitieve minimum is het percentage van het in
de eigen lijn behaalde gemiddelde over de andere avonden van die serie.
artikel 29
Indien een vast paar uit een hogere lijn moet uitkomen in een
lagere lijn, dan ontvangt dit paar de gemaakte score tot 55%.
artikel 30
Indien van een gelegenheidspaar een van de spelers of het
invallende paar niet aan de competitie deel neemt, geldt voor de score een
minimum van 45% en een maximum van 55%. Dit paar speelt altijd in de eigen lijn
van het oorspronkelijke paar.
artikel 31
Een speler, die een gelegenheidspaar vormt met een speler uit
een lagere lijn (dit hoeft geen aangrenzende lijn te zijn) wordt altijd in de
hogere lijn geplaatst. Hun score geldt voor beide paren, met voor de
lagere-lijn-speler een minimum van 50% en voor de andere speler een minimum van
45%.
artikel 31a
Voor paar dat zonder invallers met afmelding afwezig is,
geldt per competitieronde een vervangend resultaat dat wordt berekend
volgens het volgende schema :
-
voor de eerste avond afwezigheid het
gemiddelde op basis van de avonden waarop een resultaat is behaald
met een maximum van 55%
-
voor de volgende avond afwezigheid
het gemiddelde van de avonden waarop een resultaat is bereikt met
een maximum van 50%
- voor de overige avonden afwezigheid
het gemiddelde van de avonden waarop een resultaat is bereikt met
een maximum van 40%
HOOFDSTUK V : ORDEBEPALINGEN.
artikel 32
De loopbriefjes dienen 10 minuten voor aanvang van de
speelavond te zijn afgehaald.
5 Minuten voor aanvang dienen de spelers aan tafel plaats
genomen te hebben.
De wedstrijdleider kan besluiten in de eerste ronde één of
meer spellen minder te laten spelen. Op deze spellen zal aan het wachtende paar
een garantiescore van 60% en aan het te laat komende paar een score van 40%
worden toegekend.
artikel 33
Indien de kaarten per tafel geschud moeten worden dient dit
gezamenlijk met minstens een speler van het tegenpaar te geschieden. De
spelmapjes worden in de goede windrichting op de tafel gelegd en blijven tijdens
het spelen op dezelfde plaats open liggen.
artikel 34
Het tonen van een deugdelijke systeemkaart is verplicht. Het
niet tonen hiervan kan bestraft worden met een aftrek van 1/2 procentpunt (dit
is 1/2 procent van de maximaal te behalen score tijdens één zitting).
artikel 35
Voordat men begint te spelen overtuigt men zich dat men aan
de juiste tafel heeft plaats genomen, tegen het juiste tegenpaar speelt en in de
juiste windrichting heeft plaats genomen.
artikel 36
Een paar kan met een aftrek van een 1/2 procentpunt worden
gestraft, als een speler:
a. de kaarten verkeerd in het spelmapje heeft gestoken of in
de verkeerde windrichting heeft gespeeld;
b. niet voor en na het spelen zijn of haar kaarten heeft
geteld of tijdens het spel tot de conclusie komt dat het aantal geen 13
bedraagt;
c. tijdens of voor het spelen de daarbij behorende scorekaart
inziet (ook als dummy);
d. de scorekaart resp. de bridgemate fout invult of
controleert; de straf wordt altijd in mindering gebracht na vaststelling van de
voorlopige score.
Bij twijfel over scores dient de W.L. geroepen te worden.
Eigen aantekeningen, inclusief vraagtekens, etc, mogen nooit toegevoegd worden.
artikel 37
De noordspeler is verantwoordelijk voor het vastleggen van de
score en de oostspeler voor de controle ervan. Als een vaste speler met een
invaller speelt, zit de vaste speler altijd NOORD respectievelijk OOST, dus die
legt vast en controleert, nooit de invaller, tenzij toestemming van de W.L.
verkregen is.
artikel 38
Bij gebruik van bidding-boxes, gelden hiervoor de regels als
gesteld in artikel 14 van het wedstrijdreglement van de NBB.
artikel 39
De spelers zijn verplicht te waarschuwen dat een bieding
wordt gedaan die een conventionele betekenis heeft of kan hebben, tenzij de
tegenpartij voor de aanvang van de ronde uitdrukkelijk heeft verklaard hierop
geen prijs te stellen.
Het waarschuwen dient te geschieden door de partner van de
speler die een dergelijke bieding heeft gedaan en wel door onmiddellijk na de
bieding te alerteren m.b.v. het daartoe bestemde biedkaartje of, indien dat niet
aanwezig is, op tafel te kloppen.
artikel 40
Een openingsbod van 2 of hoger, alsmede ieder sprongbod of
sprongantwoord moet worden voorafgegaan door het neerleggen van het stopkaartje
of, indien dat niet aanwezig is, door het woord 'stop'.
De volgende speler is verplicht 10 seconden te wachten voor
hij een bieding doet. Elke bieding binnen de 10 seconden kan als een
ongeoorloofde bieding worden aangemerkt.
artikel 41
In de laatste ronde wordt het bridgemateriaal van iedere
tafel in een lijn door alle noordspelers ingeleverd en wel:
a. de tafelborden en spellen naar de materiaaltafel;
b. de scorekaartjes uit de spelmapjes halen en aan diegene
geven die met het uitrekenen voor zijn of haar lijn belast is.
HOOFDSTUK VI : PROTESTEN EN VERDER BEROEP
artikel 42
Voor de behandeling van protesten en verder beroep zijn de
bepalingen van hoofdstuk XI van de spelregels voor wedstrijdbridge van
toepassing.
artikel 43
Voor de behandeling van protesten tegen de vaststelling van
de uitslag door een onjuiste vermelding van de score in de bridgemate, gelden de
volgende aanvullende bepalingen:
een klacht over een onjuiste invulling van de score kan tot
maximaal 30 minuten nadat de officiële uitslag ter inzage is gegeven,
ingediend worden (ma derhalve tot 20.15 uur en do tot 20.00 uur);
een dergelijke klacht wordt ingediend bij de
wedstrijdleider;
op basis van het scorebriefje in de computer controleert de
wedstrijdleider of de klacht gegrond kan zijn;
alleen als sprake is van een duidelijke fout (ter
beoordeling van de wedstrijdleider) wordt de score aangepast;
in alle andere gevallen wordt de score slechts aangepast,
als de klagende partij schriftelijk toestemming overlegt van de andere partij,
waaruit blijkt hoe de score aangepast mag worden;
als de wedstrijdleider een duidelijke fout herstelt, stelt
hij partijen daarvan op de hoogte.
artikel 44
Tegen arbitrale beslissingen kan via de wedstrijdleider
protest ingediend worden bij het door het bestuur ingestelde Protestcomité.
artikel 45
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de
wedstrijdleiding met de mogelijkheid van beroep op het bestuur.
HOOFDSTUK VII : SLOTBEPALINGEN.
artikel 46
Dit competitiereglement treedt in werking zodra het is
vastgesteld. Alle eerdere genomen besluiten en regels zijn dan vervallen.
Aldus vastgesteld in de bestuursvergadering dd. september
2006.
De voorzitter: J. Oldenboom
De secretaris: J. Hendriks.